Zonnepaneeldeeltjes: de nieuwe omgewaaide bomen

Geschreven door Melanie Modderman

Zonnepaneeldeeltjes: de nieuwe omgewaaide bomen

Zonnepaneeldeeltjes: de nieuwe omgewaaide bomen

De energietransitie is zichtbaar op de Nederlandse daken. Bedrijfsgebouwen vol zonnepanelen zijn eerder regel dan uitzondering geworden. Maar waar verduurzaming voordelen biedt, ontstaan ook nieuwe risico’s. Patrick van der Vorst, advocaat en partner bij VanNiekerkCieremans en secretaris van de Rotterdamse Beurs Brand Club, wijst op een probleem waar de verzekeringswereld alert op moet zijn: de verspreiding van zonnepaneeldeeltjes bij gebouwbranden.

Van innovatie naar risico

“Het doet me denken aan eerdere maatschappelijke innovaties,” zegt Patrick. “Denk aan 3D-printen of zelfrijdende auto’s: prachtige ontwikkelingen, maar ze brengen ook nieuwe aansprakelijkheids- en dekkingsvragen met zich. Bij zonnepanelen zien we dat ook. Je legt een dak vol panelen met het idee bij te dragen aan vergroening. Niemand denkt er dan aan dat bij brand deze ‘groene daken’ zelfs kilometers verderop vervuiling kunnen veroorzaken.” Die vervuiling kan verstrekkend zijn. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat bij grote branden scherven, splinters en microscherven van zonnepanelen in de omgeving neerdalen. Grazend vee kan eraan overlijden, spelende kinderen kunnen zich verwonden en gewassen kunnen verontreinigd raken. “Het is geen asbest,” nuanceert hij, “maar de risico’s zijn reëel. En juridisch gezien ontstaat een opruimplicht.”

De civielrechtelijke verwijderingsplicht

Die plicht is gebaseerd op een oud maar richtinggevend arrest: de omgewaaide boom. In 1982 bepaalde de Hoge Raad dat een eigenaar verplicht was om een boom die door storm op het terrein van de buurman terecht was gekomen, te verwijderen – ook al trof hem geen schuld. “Zonnepaneeldeeltjes zijn in juridische zin de nieuwe omgewaaide bomen,” legt Patrick uit. “Ook als je geen enkel verwijt treft, kun je als eigenaar verplicht zijn om de verspreide resten op te ruimen.”

Verzekeringsdilemma's

Daar begint de onzekerheid. Brandpolissen dekken doorgaans opruimkosten, maar vaak slechts tot een percentage van de verzekerde som. Bij grote branden kan dat onvoldoende blijken. “Je krijgt dan te maken met claims van perceeleigenaren in de omgeving die hun terrein moeten opruimen,” zegt Patrick. “En dan rijst de vraag: valt dit allemaal binnen je brandpolis?” Een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) lijkt een logisch vangnet, maar daar knelt het. Omdat de opruimplicht niet voortvloeit uit een onrechtmatige daad maar uit maatschappelijke zorgvuldigheid (artikel 3:299 BW), is het onduidelijk of er dekking is onder de AVB. Ook milieuschadeverzekeringen bieden slechts beperkt soelaas. Het gevolg: bedrijven kunnen worden geconfronteerd met forse opruimkosten zonder volledig vangnet.

Casuïstiek en bewustwording

Dat dit geen theoretisch probleem is, blijkt uit de praktijk. Collega’s signaleren casussen waarin discussie ontstaat over wie opdraait voor de kosten. “Dat maakt duidelijk dat bedrijven en verzekeraars hier nú over na moeten denken,” zegt Patrick. Heldere afspraken tussen pandeigenaren en exploitanten van zonnepanelen zijn volgens hem cruciaal, net als bewust risicomanagement door makelaars. “Bedrijven realiseren zich vaak niet of onvoldoende dat hun groene investering ook tot ongedekte claims kan leiden.”

De markt in beweging

Hoe de toekomst eruitziet? Patrick acht het niet uitgesloten dat regelgeving strenger wordt.

 

“Net als bij asbest of PFAS kan de norm verschuiven. Als er strengere eisen komen voor opruiming, nemen ook de kosten en dus het belang van adequate polisdekking toe.” 

De vraag is waar de oplossing ligt: in het aanpassen van polisvoorwaarden of in een bredere regeling binnen de verzekeringsmarkt. Patrick ziet dat laatste niet als ondenkbaar. “Je kunt je voorstellen dat verzekeraars, net als in het verleden bij de bedrijfsregeling brandregres, onderling afspraken maken over hoe je met dit soort opruimingskosten omgaat. Want het risico bestaat dat je straks claims krijgt die deels onder de brandpolis vallen en deels onder een AVB. Dan ontstaat samenloop en rijst de vraag: bij wie moet je zijn?” 

Volgens hem is dat precies het punt waar de markt nu tegenaan loopt. Brandverzekeraars dekken deels opruimingskosten op zowel eigen als andermans terrein. Aansprakelijkheidsverzekeraars vergoeden mogelijk geen kosten die voortkomen uit artikel 3:299 BW, in ieder geval niet voor de deeltjes op eigen terrein. En ondertussen zit de eigenaar van het pand of de exploitant van de panelen klem, met veel onzekerheid tot gevolg. 

Daar komt bij dat de verantwoordelijkheden niet altijd helder zijn. De eigenaar van het gebouw hoeft niet dezelfde te zijn als de eigenaar van de panelen; vaak worden daken verhuurd aan gespecialiseerde exploitanten. “Dan is het de vraag wie je moet aanspreken: de gebouweigenaar, de exploitant of misschien allebei? Die onduidelijkheid maakt dat het zaak is om contractueel goed vast te leggen wie verantwoordelijk is als er opruimkosten volgen.”

Onzekere grenzen

Ook de omvang van de opruimplicht blijft diffuus. Moeten alle microscherven en stofdeeltjes verwijderd worden of gaat het alleen om de zichtbare resten die gevaarlijk zijn voor mens of milieu? “Dat weten we niet precies. Het RIVM zegt dat de gezondheidsrisico’s van microscherven beperkt zijn, maar wat als de normen in de toekomst strenger worden? Dan kan de financiële impact ineens veel groter uitpakken.”

Vooruitzien

Voor Patrick is de conclusie duidelijk: zonnepaneeldeeltjes mogen dan klein zijn, de juridische en financiële gevolgen kunnen groot zijn. “Hoe eerder de markt dit structureel adresseert, hoe beter voor iedereen. Contractuele afspraken, heldere polisvoorwaarden en mogelijk een gezamenlijke regeling in de verzekeringsmarkt zijn nodig om onzekerheid en geschillen zoveel als mogelijk te voorkomen.”

Zoeken binnen VNAB