Wet opheffing verpandingsverboden per 1 juli 2025
Op 1 juli 2025 is de Wet opheffing verpandingsverboden in werking getreden. Het betreft een aantal wijzigingen in boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, waardoor contractuele bepalingen die de overdraagbaarheid en verpanding van zakelijke vorderingen op naam verbieden, nietig zijn. Vanaf 1 oktober geldt deze nietigheid ook voor bepalingen in bestaande contracten. De wetgever beoogt met deze wetswijziging een verruiming van het kredietpotentieel voor ondernemingen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor verschillende verzekeringsvormen die ook in coassurantie worden gevoerd.
Hoewel in de modelvoorwaarden van de VNAB geen verpandingsverboden zijn opgenomen, kan het zijn dat de door makelaars en verzekeraars gebruikte voorwaarden wel sprake is van dergelijke verboden. Met name in garantieverzekeringen en D&O verzekeringen blijken dergelijke verboden voor te komen. VNAB heeft overigens geen aparte modelvoorwaarden voor D&O verzekeringen of garantieverzekeringen ontwikkeld.
Leden doen er verstandig aan om de door hen gebruikte verzekeringsvoorwaarden en -clausules te controleren op het bestaan van verpandingsverboden en waar nodig deze voorwaarden in lijn te brengen met de Wet opheffing verpandingsverboden.
Wettechnische informatie
Dossiernummer | 35.482 |
Datum inwerkingtreden | 1 juli 2025 |
Publicatie in Staatsblad | 2025-92 |
Toelichting in Staatsblad | Met dit koninklijk besluit wordt voorzien in de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het opheffen van bedingen in het handelsverkeer die ertoe strekken vervreemding dan wel verpanding van geldvorderingen op naam tegen te gaan (Wet opheffing verpandingsverboden). De wet treedt in werking met de ingang van 1 juli 2025. De vaste verandermomenten en minimale invoeringstermijn zijn daarmee in acht genomen |